| home |
Projecten
|
|
|
||||
|
|
||||
| PROJECTEN | ||||
Gewasbeschermingsstoplicht 2009Met dit stoplicht hopen we de negatieve invloed van
gewasbeschermingsmiddelen op het oppervlaktewater te verminderen. Wij
bevelen deze kaart van harte bij u aan. Ook stellen wij reacties van u
over het gebruik en de inhoud van de kaart op prijs. Reacties zijn
welkom op onze site www.mmmeester.com. Op het
gewasbeschermingsmiddelenstoplicht zijn de middelen gerangschikt naar
milieubelastingspunten voor het oppervlaktewater, volgens de CLM
milieumeetlat versie oktober 2008. Hierbij is uitgegaan van de in de
praktijk gangbare dosering voor de genoemde toepassingen. Middelen in
het rode vlak zijn het meest schadelijk voor het oppervlaktewater.
Middelen in het oranje vlak scoren iets beter, maar zijn nog steeds
behoorlijk schadelijk voor het oppervlaktewater. Middelen in het groene
vlak scoren het minst slecht qua milieubelasting van het
oppervlaktewater. Ook binnen één kleur staan
de middelen op volgorde van milieubelasting voor het oppervlaktewater.
De milieubelastingspunten die behoren bij de vermelde praktijkdosering,
staan achter het middel/de stof vermeld. De
klassenindeling is als volgt:
Uit meetresultaten in het
Zeeuwse oppervlaktewater werden in 2008 een aantal stoffen in te hoge
concentraties aangetroffen, waaronder de in de akkerbouw gebruikte
stoffen:
|
Actief Randenbeheer Zeeland (ARZ)Het doel is om in Project Functionele Agro BiodiversiteitVanuit de stichting Mineralen en Middelen Meester is het project Functionele Agro Biodiversiteit gestart. Momenteel wordt er gewerkt aan een vervolg. Op drie andere plaatsen in Zeeland, is de afgelopen paar jaar geëxperimenteerd met het verbeteren van het leefmilieu voor allerlei natuurlijke vijanden van veel voorkomende plagen in de akkerbouw en fruitteelt. In die drie projecten van ca. 200 ha omvang, zijn steeds vier tot vijf agrariërs betrokken. Zij verdiepen zich door een cursus in de leefomstandigheden van insecten, schimmels, antagonisten en het bodemleven. In ieder gebied worden de natuurwaarden in beeld gebracht (akkerranden, begroeiing en andere elementen) en de ondernemers leren rekening te houden met antagonisten, bodemgezondheid, invloed van landschapselementen, rassenkeuze en bouwplaninvloeden. Door ook op het eigen bedrijf een intensievere gewascontrole toe te passen, wordt op basis van al deze kennis geprobeerd minder bespuitingen noodzakelijk te maken. Het is ook het plan om andere landschapsbeheerders in het project te betrekken, zodat ook zij optimale leefomstandigheden creëren.
De ervaringen in het project zijn zeer positief. Dit project is mede mogelijk gemaakt door de provincie Zeeland en door de EU op grond van de kaderverordening plattelandsontwikkeling. Lees in de derde editie van de Interviewreeks Agrobiodiversiteit een gesprek met Cor van Oers (projectleider) en Nelis van der Bok (specialist Bodem-Water-Bemesting): http://www.vrom.nl/docs/200612_interviewreeks_3.pdf (pdf, 263 KB)
|
|||